Buurtprognose: Hoe is deze opgesteld?

In deze website zijn de bevolkings- en huishoudensprognoses voor alle postcodegebieden (vier cijfers, zonder letters) in Nederland opgenomen. Voor elk postcodegebied zijn de resultaten tot 2040 gepresenteerd. 

PEARL als basis
De basis van de prognose wordt gevormd door de PEARL-prognoses van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het CBS. De achtergronden van dit model zijn beschreven in PEARL; een nieuw regionaal prognosemodel (De Jong en Alders, 2006).  Elke drie jaar publiceert het PBL een nieuwe prognose. De meest recente is van 2019. Deze prognose hebben wij als basis gekozen voor de verbijzondering naar lagere schaalniveaus.

Ons doel was om inzicht te krijgen in de huishoudensontwikkeling binnen woonwijken en -buurten. We hebben gesteld dat de uitkomsten kloppen die met de PEARL-prognose voor alle leeftijdsgroepen per gemeenten zijn berekend. Daarmee nemen we alle aannames over  de ontwikkeling van demografische kengetallen (geboorte, sterfte, vestiging, vertrek en huishoudensvorming) over.

Wat overblijft is de doorvertaling van deze ontwikkelingen naar de woonwijken en -buurten. Hoewel de nauwkeurigheid van de resultaten op lagere schaalniveaus  kleiner is dan op hogere schaalniveaus, valt best een schatting te maken over de bevolkingsontwikkeling. Daarmee moeten we nagaan welke regelmatigheden in de bevolkingsontwikkeling op lagere schaalniveaus zijn te ontdekken.  Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van CBS-gegevens.

CBS als basis
Wie wil weten hoeveel 75-plussers in een buurt of wijk wonen, vindt daarvoor geen openbare bron. Een bron als CBS-Statline geeft wel het aantal 65-plussers per buurt weer, maar maakt daarbinnen geen onderscheid naar leeftijdscategorieën.  Om de vraag naar zorg en/of geschikte woningen te kunnen  schatten, is dit inzicht echter wel noodzakelijk.

Een oplossing vinden we is de postcodestatistiek van het CBS. Voor elk van de ruim 4.000 vierpositiepostcodegebieden in Nederland zijn voor elk jaar de exacte aantallen  inwoners berekend naar leeftijdsgroep. Het CBS onderscheidt binnen elk postcodegebied twintig leeftijdsgroepen die elk vijf jaar omvatten (0-4 jaar, 5-9 jaar, etc.).  Het gebruik van het postcodegebied heeft een voordeel boven die van de buurten en wijken. Dat is dat de definities van de grenzen niet veranderen. Hierdoor kunnen we de ontwikkelingen in de gebieden over de jaren heen  goed volgen.

Cohort-survival als basisgedachte
De cohort-survivalmethodiek vormt de basisgedachte achter elke prognose. Hierbij vraagt men zich af hoeveel mensen met een bepaald geboortejaar na een bepaalde periode (nog steeds) in een gebied wonen. Dit aantal kan  afnemen door sterfte of vertek of toenemen door vestiging. Geboorten worden veelal geschat op basis van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd (20 tot 40 jaar).

Eén van de provinciale prognosemodellen (Profgneff van het Limburgse Etil) maakt gebruik van deze methodiek om de resultaten van de eigen prognose op gemeenteniveau door te vertalen naar wijken en buurten.  Om deze methodiek te kunnen gebruiken hebben we eerst een onderzoek gedaan naar de (on)regelmatigheden van de cohort survival ratio's  bij het vergelijken van een viertal perioden.

Uitgangspunt was de omvang van de 20 leeftijdsgroepen in de ruim 4.000 postcodegebieden voor vijf jaren: 1999, 2004, 2009, 2014 en 2019. Dit levert een matrix op met 400.000 waarden, immers: 4.000 x 20  x 5). De cohortsurvivalaanpak gaat na hoeveel personen uit een leeftijdsgroep van vijf jaren groot (bijvoorbeeld: alle 15- tot 20-jarigen in een gebied) na vijf jaar tot de groep van 20 tot 25 jaar behoren. Wanneer niemand zou overlijden, zich vestigen of vertrekken, is dat exact hetzelfde aantal. De ratio is dan gelijk aan 1,00. In de praktijk is er natuurlijk wel sprake van sterfte, vestiging en vertrek. Wie zien dan ook dat de ratio bij de hogere leeftijdsgroepen (als gevolg van sterfte) relatief laag is.

Cohortsurvivalratio's uitgebeeld
1999 2004 2009 2014 2019
10-14 jaar 308
15-19 jaar 348
20-24 jaar 467
25-29 jaar 296
30-34 jaar  284

Voorbeeld: in bovenstande tabel bedroeg de ratio voor 10-14 jarigen in de periode 1999-2004 1,13 (348/308). De ratio voor 15-19 jarigen in de periode 2004-2009 was nog hoger:  1,34. De cijfers duiden op een flinke instroom van studerenden in het gebied. Bij het bereiken van de 25-jarige leeftijd verdwijnen zij weer en wordt de ratio lager dan 1,00.

De ratio's zijn berekend voor alle vierpositiepostcodegebieden, leeftijdsgroepen en perioden. We hebben de ratio's eerst gestandaardiseerd door deze te delen door de totale bevolkingsgroei in de gemeente. Daarmee worden uitschieters als gevolg van nieuwbouw afgedempt.  Interessant is vervolgens hoe constant ratio's zijn.  Hiertoe zetten we  de ratio's per gebied op een rij. We zien dan het volgende:

Feitelijke corhortsurvivalratio's van de 0 tot 5-jarigen in de postcodegebieden
Postcode  1999-
2004
 2004-
2009
2009-
2014
2014-
2019
 maximum/ gemiddelde   uiteindelijke ratio 
 1011             0,72            0,60             0,68             0,68                   1,07                   0,67
 1012             0,51            0,47             0,57             0,55                   1,08                   0,52
 1013             0,74            0,66             0,80             0,72                   1,09                   0,73
 1014             0,54            0,60             0,85             2,16                   2,08                   0,66
 1015             0,61            0,72             0,71             0,69                   1,06                   0,68
 1016             0,60            0,61             0,68             0,56                   1,11                   0,61

Vervolgens is nagegaan in hoeverre op postcodeniveau uitschieters waren, die  we niet willen doortrekken naar de toekomst. We hebben (arbitrair) gesteld dat dit het geval is wanneer de hoogste van de vier waarden minimaal 1,5 zo groot is als het gemiddelde van die waarden. Over heel Nederland kwam dit voor bij bijna 20% van alle postcodegebieden.  De overige gebieden laten dus een vrij constant patroon zien. Dit patroon kunnen we ook toepassen op de toekomst. In het voorbeeld hierboven kwam een uitschieter alleen  voor in postcodegebied 1014 het geval in de periode 2014-2019. Deze uitschieter is genegeerd. De waarde die naar de toekomst wordt meegenomen is dus (0,54+0,60+0,85)/3 = 0,66.

In gebieden met weinig inwoners waar sommige leeftijdscategorieën ontbreken, is uitgegaan van de gemiddelde ratio van de leeftijdsgroep in de gemeente als geheel.

Nieuwbouw
Nieuwbouw beïnvloedt  de bevolkigsgroei als geen enkele andere factor. Nevenstaande figuur laat het sterke verband zien tussen de bevolkingsgroei per periode en de in die periode gebouwde aantallen woningen volgens het CBS. Dit sterke verband maakt dat het wenseijk  om de effecten van nieuwbouw mee te wegen, wanneer hierover informatie op postcodeniveau beschikbaar is.  Dit is het geval voor grote delen van de provincies Overijssel, Gelderland, Flevoland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland. De informatie is te vinden op de Nieuwe kaart van Nederland(www.nieuwekaart.nl.

We zijn ervan uitgegaan dat de woningen die gepland zijn voor een bepaalde periode ook inderdaad gebouwd zullen worden. De overige woningen worden geacht evenredig over de overige gebieden te worden verdeeld. Hierbij is ervan uitgegaan dat elke gebouwde woning de bevolking doet groeien met de gemiddelde huishoduensomvang in het gebied.

Van bevolking naar huishoudens
Tot zover hebben we de cohortsurvivalratio's bepaald per regio voor elke leeftijdsgroep en is het effect van nieuwbouw doorgerekend.
De laatste stap bestaat uit het omrekenen van het aantal inwoners naar het aantal huishoduens. Hiervoor is eerst de gemiddelde huishoudensomvang per gebied en per leeftijdsgroep bepaald. Tenslotte is het aantal personen per leeftijdsgroep gedeeld door de bijbehorende gemiddelde huishoudensomvang.

Resultaat
Het resultaat is een prognose op buurtniveau (of beter: vierpositiepostcodeniveau) waarvan de som der buurten voor elk jaar gelijk is aan de uitkomsten van de landelijke PEARL-prognose zoals de opgesteld is door het Planbureau voor de Leefomgeving.

Voor nadere vragen over de prognose kunt u contact opnemen via info@questan.nl.